Taal & media

1 augustus 2026

'Als het over gender gaat, gebruikt de PVV haar gezonde verstand': hoe De Correspondent het debat wegframet

In een column in De Correspondent van oktober 2025 schrijft Valentijn De Hingh dat de PVV 'als het over gender gaat' haar 'gezonde verstand' gebruikt en 'vervolgens heel domme dingen' zegt, en dat de partij haat verpakt als gezond verstand. Het is een voorbeeld van framing: door intuïties over biologisch geslacht te verbinden met een politiek onwelgevallige partij, blijven inhoudelijke vragen over wetenschappelijk bewijs en internationale beleidsombuigingen buiten beeld.

'Als het over gender gaat, gebruikt de PVV haar gezonde verstand': hoe De Correspondent het debat wegframet

Het voorbeeld: gezond verstand is van de PVV, en de PVV zegt domme dingen

Op 20 oktober 2025 publiceert De Correspondent een column van Valentijn De Hingh, correspondent populaire cultuur, met de titel: 'Als het over gender gaat, gebruikt de PVV haar gezonde verstand – en zegt vervolgens heel domme dingen' (bron). De boodschap zit al in de titel: wie over gender redeneert vanuit 'gezond verstand', staat naast de PVV. En de PVV zegt domme dingen.

Dit is een retorische techniek met een naam: het vergiftigen van de bron (poisoning the well). Je diskrediteert een positie door haar te verbinden met een afzender die het publiek onacceptabel vindt. De column eindigt ook zo: de PVV haalt volgens De Hingh 'dezelfde truc uit die radicaal-rechtse bewegingen wereldwijd constant uithalen: haat verpakken als gezond verstand' (bron). Wie vraagtekens zet bij de dominante opvattingen over gender, loopt daarmee het risico als PVV-aanhanger te worden weggezet.

Welk 'gezond verstand' bedoelt De Correspondent?

De column gaat over de genderparagraaf in het verkiezingsprogramma van de PVV. Daarin staat volgens De Hingh dat er voor de partij 'slechts twee geslachten' bestaan, dat het biologische geslacht in wetten en beleid weer leidend moet zijn, zonder 'x' in het paspoort, en het bezwaar dat '(transgender) mannen' meedoen aan vrouwensporten en toegang eisen tot vrouwentoiletten en -kleedkamers. De Hingh noemt dat 'dom, dom, dom': de 'x' in het paspoort bestaat volgens de column juist vanwege biologische variatie, omdat artikel 19d van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een geboorteakte regelt met 'het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld' voor kinderen bij wie het geslacht na de geboorte niet met zekerheid vast te stellen is (bron). De medische zorg voor minderjarigen komt in de column niet aan bod.

Dat biologisch geslacht iets reëels en meetbaars is en dat jongens en meisjes biologisch van elkaar verschillen, zijn geen radicale standpunten. Door zulke intuïties neer te zetten als PVV-eigendom, en de partij vervolgens 'domme dingen' te laten zeggen, suggereert de column dat wie die intuïties deelt ook de rest van het PVV-pakket omhelst. Dat is een klassieke drogreden: guilt by association.

Wat buiten beeld blijft

De column gaat over geslachtsregistratie en sport. Maar wie 'gezond verstand' over gender wegzet als verpakte haat, maakt het ook lastiger om vragen te stellen die internationaal wél serieus worden genomen, zoals die over de medische zorg voor minderjarigen:

  • De Cass Review (2024): het eindrapport van 388 pagina's, opgesteld onder leiding van Hilary Cass in opdracht van NHS England, noemt dit 'an area of remarkably weak evidence'. Over puberteitsremmers vond de systematische review van de Universiteit van York geen verandering in genderdysforie of tevredenheid met het lichaam, en onvoldoende of tegenstrijdig bewijs voor effecten op psychisch welzijn, cognitieve ontwikkeling en vruchtbaarheid. Over sociale transitie was de kwaliteit van de studies niet goed genoeg om stevige conclusies te trekken (bron).
  • Zweden en Finland: de Zweedse richtlijn (2022) stelt op basis van een eigen systematische review dat medische behandeling alleen binnen een onderzoeksprotocol of in uitzonderlijke gevallen gegeven moet worden. De Finse richtlijn (2020) kwam tot vergelijkbare conclusies over de onzekerheid van het bewijs en adviseert uiterste voorzichtigheid met puberteitsremmers bij jongeren onder de 18. Dat beschrijft het eindrapport van de Cass Review, dat deze twee als enige richtlijnen geschikt achtte voor gebruik in de praktijk (bron).
  • Desistentieonderzoek: studies naar kinderen die vóór de puberteit om genderdysforie werden verwezen, vonden dat een groot deel later niet meer genderdysfoor was. In het onderzoek van Wallien en Cohen-Kettenis (2008) gold dat voor 33 van de 77 kinderen (43 procent); 27 procent was nog genderdysfoor en de rest deed niet mee aan de follow-up (bron). In een studie onder 139 jongens die rond 1989 werden verwezen, was 87,8 procent bij de follow-up niet meer genderdysfoor (bron). In beide studies had een groot deel van de jongens later een homo- of biseksuele oriëntatie.
  • Systematische reviews: in Engeland beoordeelde NICE (2020) de kwaliteit van het bewijs voor puberteitsremmers op de belangrijkste uitkomsten (genderdysforie, psychische gezondheid en kwaliteit van leven) als 'very low certainty' (bron). Een Zweedse systematische review van SBU (Ludvigsson e.a., 2023) concludeerde dat het bewijs om de effecten van hormoonbehandeling bij kinderen met genderdysforie te beoordelen onvoldoende is (bron). Dat is een wetenschappelijk oordeel, geen ideologisch statement.

Over die vragen hoeft het niet te gaan zolang het frame werkt: het zijn PVV-vragen, en de PVV zegt domme dingen.

De methode: associatie vervangt argument

Propaganda hoeft niet te liegen om effectief te zijn. De meest effectieve propaganda werkt via framing: feitelijke elementen plaatsen in een context die de gewenste conclusie stuurt. In dit geval: er ís een partij die gender-kritische standpunten inneemt, en die partij zégt soms ook dingen die feitelijk betwistbaar zijn. Door die twee elementen samen te presenteren, met als slotsom 'Zelfs vanuit gezond verstand zegt de PVV de domste dingen', creëert De Correspondent een sfeer waarin gender-kritisch denken politiek besmet is, ongeacht de inhoud.

Hoe zo'n klimaat het debat verstikt, beschreef Cass in het voorwoord van haar eindrapport over de Britse situatie: er zijn 'weinig andere gebieden in de gezondheidszorg waar professionals zo bang zijn om openlijk hun mening te geven' (vertaald), en polarisatie en het smoren van het debat helpen de jongeren om wie het gaat niet (bron). Het risico als populist te worden weggezet is effectiever dan elk wetenschappelijk weerwoord, want het raakt niet de inhoud van het argument maar de identiteit van de spreker.

Geen pleidooi voor de PVV — wél voor het debat

Dit is geen verdediging van de PVV, haar politiek of haar toon. Het is ook geen bewering dat alles wat de PVV over gender zegt klopt — dat is een vraag die afzonderlijke beoordeling verdient, per claim, met bronnen. Maar serieuze vragen onuitgesproken laten nadat je ze hebt verbonden met een onwelgevallige partij, is geen journalistiek. Het is opiniebeïnvloeding in journalistiek jasje.

Serieuze vragen verdienen serieuze antwoorden. De Cass Review verdwijnt niet door een politieke referentie. De Zweedse en Finse richtlijnen evenmin. Ouders die zich zorgen maken over de begeleiding van hun gendertwijfelend kind zijn geen populisten — het zijn mensen die vragen stellen die in elk ander medisch domein vanzelfsprekend zouden zijn: wat is het bewijs, wat zijn de risico's op lange termijn, wat concludeert de internationale wetenschap?

Zolang een gezaghebbend medium als De Correspondent die vragen kan neutraliseren met de formule dat de PVV 'vanuit gezond verstand' de 'domste dingen' zegt, hoeft het geen van die vragen inhoudelijk te beantwoorden. Dat is precies hoe propaganda werkt: niet door te liegen, maar door te voorkomen dat de vraag überhaupt gesteld wordt.

Bronnen

— De Correspondent