Wetenschap

27 augustus 2026

'Gendertwijfels bij jongeren zijn later vaak weg' — de UMCG-bevinding die zichzelf weerspreekt

UMCG publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat gendertwijfels bij jongeren tussen hun elfde en vijfentwintigste vrijwel altijd vanzelf verdwijnen — en presenteerde dat als geruststellend nieuws voor de genderzorg. Maar de cijfers zelf wijzen de andere kant op: een verschijnsel dat bijna altijd vanzelf overgaat, is een argument voor afwachten, niet voor vroege bevestiging of medische begeleiding.

'Gendertwijfels bij jongeren zijn later vaak weg' — de UMCG-bevinding die zichzelf weerspreekt

Een geruststellende kop

In maart 2024 meldde het UMCG opvallend geruststellend nieuws: twijfels over gender bij jongeren verdwijnen op latere leeftijd vaak vanzelf. De boodschap werd breed opgepikt door onder meer NOS en het Reformatorisch Dagblad, en gepresenteerd als bevestiging dat de huidige aanpak in de genderzorg werkt: jongeren met twijfels hoeven zich geen zorgen te maken, want het gaat vanzelf over. Wie de cijfers zelf leest, ziet echter een heel andere conclusie opdoemen — een conclusie die haaks staat op de geruststellende framing waarmee het UMCG naar buiten kwam.

Wat de studie meet

Het onderzoek is gepubliceerd in Archives of Sexual Behavior door Pien Rawee, Judith Rosmalen, Luuk Kalverdijk en Sarah Burke, en gebruikt data uit TRAILS, een langlopend cohortonderzoek dat in 2001 startte met ruim 2.700 jongeren. Op zes meetmomenten — bij 11, 13, 16, 19, 22 en 25 jaar — werd gevraagd in hoeverre de deelnemers instemden met de stelling "Ik wil van het andere geslacht zijn". De uitkomsten:

  • Op 11-jarige leeftijd stemt 11 procent hiermee in.
  • Op 25-jarige leeftijd is dat nog maar 4 procent.
  • 19 procent van alle deelnemers gaf op minstens één van de zes meetmomenten twijfel aan.
  • Slechts 0,01 procent — ongeveer één op de duizend — gaf op élk meetmoment aan van het andere geslacht te willen zijn.

De boodschap van het UMCG

Onderzoeker Sarah Burke vat de bevindingen zo samen: "Het hoort bij de puberteit en de ontwikkeling om vragen en twijfels over je gender te hebben. Het is belangrijk dat we dit normaliseren." Op zichzelf is die boodschap niet onredelijk — twijfel is inderdaad normaal. Opvallend is echter hoe het nieuws werd ingezet: als geruststelling voor de genderzorg, alsof de bevindingen bevestigen dat de bestaande praktijk van vroege ondersteuning en eventuele medische begeleiding de juiste weg is.

De bevinding weerspreekt zichzelf

Precies hier zit de tegenstrijdigheid. Als bijna alle jeugdige gendertwijfel — 19 procent ooit, tegenover 0,01 procent blijvend — vanzelf verdwijnt zonder enige interventie, dan is dat geen argument vóór vroege bevestiging of medische begeleiding. Het is een argument vóór afwachten. Een verschijnsel dat in vrijwel alle gevallen op eigen kracht overgaat, vraagt niet om ingrijpen maar om geduld. Toch wordt de studie gepresenteerd alsof zij de bestaande aanpak in de genderzorg ondersteunt. Dat is een omkering van de logica: hoe voorbijgaander een verschijnsel is, hoe minder reden er is om er vroegtijdig medisch op te reageren. Een onderzoek dat aantoont dat twijfel bijna altijd vanzelf overgaat, is in de eerste plaats een pleidooi voor terughoudendheid — niet voor bevestiging.

Wat er niet bij verteld wordt

De TRAILS-data laten ook zien dat jongeren met gendertwijfels vaker kampen met psychische klachten en een negatiever zelfbeeld. Dat detail krijgt in de berichtgeving nauwelijks aandacht, terwijl het relevant is: het suggereert dat gendertwijfel bij een deel van de jongeren samenhangt met bredere ontwikkelingsproblematiek, waarvoor psychologische begeleiding meer voor de hand ligt dan directe bevestiging van een nieuwe genderidentiteit.

Het UMCG-onderzoek is methodologisch degelijk en de cijfers zijn helder. Het probleem zit niet in de data, maar in de framing: een bevinding die pleit voor terughoudendheid wordt verkocht als steun voor de bestaande praktijk. Wie de cijfers zelf leest, trekt de tegenovergestelde conclusie.

Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Veelgestelde vragen

Betekent dit onderzoek dat gendertwijfels bij jongeren nooit serieus genomen hoeven te worden?

Nee. Het onderzoek laat zien dat de meeste twijfels vanzelf verdwijnen, wat pleit voor geduldige begeleiding in plaats van snelle medische stappen — niet voor het negeren van wat jongeren doormaken.

Hoeveel jongeren houden hun gendertwijfel vast tot in de volwassenheid?

Volgens de TRAILS-data gaf slechts 0,01 procent — ongeveer één op de duizend jongeren — op elk van de zes meetmomenten tussen 11 en 25 jaar aan van het andere geslacht te willen zijn.

Wat is TRAILS?

TRAILS is een Nederlands longitudinaal onderzoek dat in 2001 startte en meer dan 2.700 jongeren volgt met herhaalde metingen bij 11, 13, 16, 19, 22 en 25 jaar.